Europese codes

De Europese codes voor elektriciteit zijn acht Europese Verordeningen, waarin de spelregels voor de Europese interne elektriciteitsmarkt staan. Deze codes moeten zorgen voor uniformiteit binnen de Europese Unie op het gebied van onder meer leveringszekerheid, netveiligheid en het faciliteren van de energietransitie. 

 

Spelregels

In de Europese codes staan spelregels, zoals:

  • hoe netbeheerders en beurzen moeten samenwerken om elektriciteit over de landsgrenzen van Europa te transporteren
  • hoe de Europese netbeheerders het net stabiel moeten houden
  • aan welke eisen nieuwe verbruiks- en productie-eenheden moeten voldoen.

 

RfG-verordening: Europese eisen voor elektriciteitsproductie-eenheden

Een van de acht codes is de RfG-verordening (Reguirements for Generators). Deze heeft betrekking op elektriciteitsproductie-eenheden groter dan 0,8 kW. Deze verordening is in werking vanaf 17 mei 2016 en is per 27 april 2019 van toepassing (zie RfG (2016/631).

 

 

Implementatie RfG in Nederlandse energiecodes

TenneT, de regionale netbeheerders, Netbeheer Nederland, ACM en het Ministerie van EZK werken gezamenlijk aan een vertaling van de Europese codes in de Nederlandse energie codes. De specifieke invulling van de Europese eisen uit de RfG zijn via een wijziging van de Netcode E doorgevoerd. Meer informatie over het proces van implementatie leest u op de site van ACM.

 

Indeling productie-eenheden

Volgens besluit ACM/UIT/492186 van ACM, gepubliceerd in de Staatscourant op 10 april 2018, worden in Nederland de productie-eenheden ten gevolge van de RfG ingedeeld; dit besluit is doorgevoerd in de Netcode E. Voor productie-eenheden geldt dat:

a.de maximumcapaciteitsdrempelwaarde, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/631, 1 MW bedraagt;

b.de maximumcapaciteitsdrempelwaarde, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/631, 50 MW bedraagt;

c.de maximumcapaciteitsdrempelwaarde, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2016/631, 60 MW bedraagt.

 

Het besluit is als volgt overgenomen in artikel 3.1 lid 2 van de netcode:

a. elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 0,8 kW en kleiner dan 1 MW van het type A,

b. elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW en kleiner dan 50 MW van het type B,

c. elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 50MW en kleiner dan 60 MW van het type C,

d. elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 60 MW of met een aansluiting op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger van het type D.

In deze documenten worden de eisen, zoals die zijn verwoord in de netcode van de gezamenlijke netbeheerders, toegelicht.